Velen kwamen naar het ziekenhuis. Dikwijls zag ik op hun gezicht de twijfel, maar ik had vertrouwen in de dokter en dat hield me sterk.
Na een tiental dagen, met die starre blik, keek onze zoon met meer belangstelling rond. Hij kreeg ook kippenvel, omdat hij reageerde op temperatuur. Van toen af mocht hij ook licht gedekt zijn.
Op een maandag zag ik dat onze zoon een erectie had en dat vond ik een nieuw teken van leven.
De doktersassistente die haar ronde deed, bevestigde mijn vermoeden en ze zei dat het niet lang meer zou duren, vooraleer hij wakker zou worden. "Hij is nu zoals de beesten, hij moet nu veel contact hebben met de mensen," zei de verpleegster. Ik zat perplex, zo een uitdrukking, maar als ik de balans opmaakte, had onze zoon inderdaad al de primaire dingen van een dier.
Hoopvol en toch angstig ging ik naar huis. Mijn man en mijn kinderen voelden dat ik gespannen was. Ik was moegestreden en moegedold.

De telefoon ging. Vol spanning nam ik op: het was onze vriend, de priester, die riep dat we vlug moesten komen, omdat onze zoon gesproken had. We waren door het dolle heen, we weenden, lachten, huilden, en snel gingen we onze buurvrouw het blijde nieuws vertellen. Roza zou weer op de kleinsten passen en we reden snel naar het ziekenhuis. Toen we aankwamen, stonden de verpleegsters, de priester en onze huisdokter aan zijn bed. Ze lieten ons bij zijn bed, we vroegen wie we waren en inderdaad: hij zei "vader, moeder." We hadden onze zoon terug.
Men bracht hem twee boterhammen, op een bord, waarvan hij er één nam. Hij stopte de boterham in één keer in zijn mond. De verpleegsters moesten erom lachen, maar ik huilde, het was verschrikkelijk, ik had gelijk, onze jongen had honger, maar hij had het nooit kunnen zeggen.
Ik vroeg naar zijn broers, ons adres, ons telefoonnummer en hij antwoordde iedere keer correct. Hij kende iedereen die op bezoek kwam, en als hij ze niet sympathiek vond, zei hij dat ze weg moesten gaan of dat ze niet meer moesten komen. Ik schaamde me soms, hij was zestien en zulke dingen zegt een zestienjarige niet. Ik kon het wel uitleggen maar ze zouden me toch niet geloofd hebben, ik was immers geen dokter, en ik kon enkel steunen op het woord van een priester. Men zou veeleer gedacht hebben dat ik zijn gedrag wilde goedpraten. Uiteindelijk moest men de bel wegnemen, want hij maakte er een spelletje van om telkens iemand aan zijn bed te krijgen.
Zijn vader bracht hem op een morgen koeken met crème mee en dat interesseerde hem zodanig dat hij iedere keer koeken met crème vroeg.
Hij was wel wakker maar toch viel hij bij momenten weer in een versufte toestand. We probeerden er meer vat op te krijgen door vol te houden. Ik bracht alles mee wat hij graag at; dat vond ik voorlopig de beste oplossing om zijn honger en dorst te vergeten. Voor iets anders had hij toch geen interesse. Zo begon hij het eerste levensjaar na zijn ongeval, met eten, slapen en liefde. Stilaan begon hij te vragen om naar huis te gaan. De boterhammen en koeken met crème maakten plaats voor het verlangen naar huis, maar dat mocht niet. "Hij moet eerst kunnen lopen "zei de kinesist. Dat lukte niet zo gauw, hij was er nog niet klaar voor. Hij was hersenverlamd en nog niet honderd procent bewust. Na drie maanden vroeg ik aan de dokter of onze zoon naar huis mocht komen, want we moesten dagelijks vele kilometers afleggen, onze kinderen alleen laten en ons bedrijf verwaarlozen. Het mocht van de dokter, en zo kwam onze jongen naar huis.
Afwezig zat hij in zijn zetel, de omgeving was vreemd voor hem. Als ik eens in de keuken ging zodat hij me niet zag, riep hij mij en dat zo honderd keer per dag. Het was enorm zenuwslopend. Als ik boodschappen deed hoorde ik hem nog roepen. Ik liet hem een paar dagen een beetje begaan en zo leerde ik hem wachten tot mijn keukenwekkertje afliep. Ik verlengde de tijd en stilaan leerde hij mij langer missen. We hadden weer een stapje gewonnen en de kloof was weer een beetje gedicht.
Ik vroeg onze huisdokter om en beetje steun op medisch vlak en hij gaf mij de raad om met onze zoon veel te bewegen, te rekken en te strekken. Via het ziekenhuis hadden we ook een kinesist, maar wij gingen niet altijd akkoord met zijn manier van werken. Hij ging enorm traag te werk, dagelijks een half uurtje oefenen en zo zou hij er jaren mee kunnen doorgaan, de verzekering betaalde toch, maar dat was niet mijn mening. Er was zoveel verwaarloosd, zijn voet was verkrampt, zijn hand spastisch toegeplooid, hij kon zijn knieën niet strekken, zijn hals niet draaien. Ik begon met een warm bad en op zijn blote lichaam ontdekte ik al die ineengekrompen spieren. Zachtjesaan begon ik met hem te oefenen; als het pijn deed stopten we. Uren per dag wreef ik zijn spieren in met amandelolie en zo kreeg ik resultaat.
De kinesist bezorgde ons een hometrainer, maar de grote moeilijkheid was zijn verlamde rechterhand, want hij kon het stuur niet vatten. Moeder zou alweer helpen. Na een maand keerden we terug bij de dokter die niet tevreden was, want er was niks verbeterd. De dokter had de indruk dat hij zijn rechterbeen niet gebruikt had. Ik vertelde het nieuws aan de kinesist die me verontwaardigd zei dat de dokters het altijd beter wisten. Hij nam er toen de linkerpedaal af en ontdekte dat onze zoon alleen met zijn linkerbeen het rechterbeen had meegedraaid. Een beetje kalmer geworden, gaf hij toe dat de dokter gelijk had maar er -was een maand verloren gegaan. Intussen oefenden we verder. Zijn Voetspieren waren nu soepel en met een kruk leerde hij lopen. Zo werd hij stilaan een beetje onafhankelijk. Onze grootste opgave was nu ons kind weer te leren leven in de maatschappij, maar nu als een gehandicapte. We kwamen tot de ontdekking dat hij geestelijk weinig of niet vooruitging, terwijl hij lichamelijk vorderingen maakte, maar misschien is dat bij een klein kind ook zo. We hebben daar nooit bij stilgestaan, want alles is zo vanzelfsprekend bij gezonde mensen en misschien, zoals het spreekwoord zegt, "men kan geen twee dingen tegelijk doen".
Zo ging de ontwikkeling verder en hij interesseerde zich nu voor kruiswoordraadsels en zijn sigarenbandjes. Helaas kon hij ze zelf niet sorteren en daarom deed moeder het in zijn plaats.
Van dan af aan wilde hij ook alleen op zijn kamer zijn. Opnieuw was hij een beetje zelfstandiger, maar hij kon nog niet alleen naar boven en dan moest vader of de oudste zoon hem naar boven dragen. Hij kon ook zijn vingers een beetje bewegen. Iedere vordering kostte uren oefenen en ondertussen liep mijn huishouden in het honderd. Ik leerde hem lopen, maar hij was groot en dat vergemakkelijkte mijn taak niet. Iedere beweging legde ik hem uit en ik liet hem zelf proberen. Hij was Sinds 18 november thuis een week na mijn verjaardag, 3 februari, liep hij alleen, weliswaar met een stoel. Terwijl we aan het werken waren, had hij steeds geprobeerd om op eigen benen te staan en het was hem gelukt. Hij liep moeizaam maar toch was hij een beetje minder afhankelijk. Doordat hij nu alleen kon stappen, ging hij ook op verkenning en leerde hij zo zijn omgeving herontdekken. Daardoor verlangde hij meer naar zelfstandigheid. Ik leerde hem de trap op- en afgaan. Als ik dacht dat hij het kon, liet ik hem alleen proberen, met angst in het hart, maar het moest.
Onze derde zoon had een tandem en die reed niet hem rond in de tuin en naar het dorp. Hij interesseerde zich meer en meer voor zijn omgeving en hij wilde in een revalidatiecentrum om meer te oefenen en vlugger te genezen. We vroegen raad aan de dokter om een passend centrum te vinden maar dat hielp ons niet veel, want het ene keurde hij af en het ander kende hij niet. Zo stonden we in de kou. Via vrienden vonden we uiteindelijk in- Brussel het meest geschikte centrum. We brachten onze zoon daarheen en toen de dokter hoorde dat hij 3 maanden bij ons thuis was geweest, trok hij een bedenkelijk gezicht. Hij zou zeker verwend zijn, zei hij.
Was er dan niemand die begreep dat ons kind bij zijn ouders hoorde om die geestelijke klap te boven te komen? Hij herzag zijn mening na een maand en wenste ons proficiat met het resultaat dat wij behaald hadden. We hadden hem zichzelf leren wassen en aankleden, wat hem enorm veel moeite kostte. Hij begreep wel geen Frans en dit was nadelig voor hem. Omdat hij geestelijk nog maar een jaar of zes was besloten we hem daar uiteindelijk toch weg te doen. De dokter te Brussel raadde ons het A.Z (nu U.Z.) aan. We hadden nog niet veel positiefs gehoord over het revalidatiecentrum, wat ik ook aan de dokter vertelde. Als een kletswijf had hij dat doorverteld aan de hoofdverpleegster (dokters hebben blijkbaar geen beroepsgeheim). Het resultaat van dit alles was een negatieve ontvangst bij de hoofdverpleegster en hij werd op een kamer met drie bedden geïnstalleerd tussen twee bedlegerige zwaar gehandicapte jongens die een hele muziek installatie en televisie hadden, zodat hij nergens kon gaan zitten want alle tafels en stoelen waren bezet. Als hij wou gaan zitten. Hij moest dan maar tussen de wirwar van draden op zijn bed gaan zitten, en als hij wou oefenen moest hij zelf maar proberen, omdat hij zeventien was. Onze zoon ging daar op geen enkel vlak vooruit en zijn moreel kwam op nul. Ik vroeg of hij alle dagen naar huis mocht komen om bij ons te slapen, zodat hij een normaler gezinsleven zou hebben. Na overleg met de dokter werd dat toegestaan. Van toen af mocht hij niet meer in de gang van het revalidatiecentrum komen, maar wel in de therapiezaal. Als de hoofdverpleegster mij zag, bekeek ze me alsof ze mij wou opeten, want wij hadden een andere mening dan zij en dat nam ze niet. Ook de dokter permitteerde zich veel, driemaal een af-spraak maken om over onze zoon te praten waarvan ik maar éénmaal geen uur moest wachten. Ergens was dat dan nog verloren tijd, want ik kon geen woord zeggen, hij rammelde zijn eigen theorie af en ik kon ophoepelen. We vonden die toestand niet gezond en besloten onze jongen daar weg te doen. Daarvoor moest ik wel eerst met de hoofdkinesist praten. Nadat ik een afspraak gemaakt had, moest ik toch nog anderhalf uur op de kinesist wachten. Ik vroeg aan iemand van het personeel hoelang ik nog moest wachten, "Ik heb toch een afspraak", zei ik. Ze antwoordde dat de hoofdkinesist het zeer druk had. Mijn geduld was op en ik vertelde haar, dat ze hem maar de groeten moest doen. Ik heb zes kinderen thuis en een zelfstandig bedrijf dus ik heb het ook heel druk, maar ik ben tenminste zo beleefd op tijd te zijn als ik een afspraak maak. Zo was onze zoon weer thuis. Intussen gingen we op controle bij de behandelende geneesheer, die besloot dat hij beter naar zijn vorige school zou terugkeren bij zijn kameraden. Ondertussen was het twee jaar verder en alle klasgenoten van toen waren al afgestudeerd, of toch bijna.
De dokter besefte waarschijnlijk niet goed welke problemen dit allemaal zou scheppen. Hij kon niet schrijven, dus moesten de jongens om beurt al zijn notities overschrijven. 's Avonds moest ik alles in zijn boeken schrijven, wat een zeer zware opgave was. Zijn mentaliteit was zo achteruitgegaan dat hij de klas voortdurend stoorde. We hielden het een jaar uit, toen was de maat vol. Hij kon geen praktijk doen (offset) en de concentratie op zijn werk was nog te veel voor hem. Hij raakte over zijn toeren door al die moeilijkheden. Tweemaal per dag naar Gent (± 20 km) naar school, driemaal in de week Kinesitherapie en 's zaterdags logopedie, dus dat was zo maar eventjes veertien keren naar Gent met onze zoon. Iemand maakte eens de opmerking dat ik zoveel op straat reed. Ik antwoordde erop, met wrange lach, dat ik altijd uitstapjes mag maken met onze gehandicapte zoon.
Daarna gingen we weer op zoek naar een aangepaste school. Helaas, in het Gentse was er niks te vinden met een goede opleiding voor hem. We lieten hem toen inschrijven in een beroepsschool, maar weer was er die zelfde moeilijkheid, hij kon geen praktijk doen, hij liep zich te vervelen en hij geraakte ook hier helemaal gedeprimeerd.
Via vrienden kwam hij in het Zeepreventorium terecht waar' hij de beste therapie onderging tot dan toe. Begripvolle leraars, maar een zeer abnormaal strenge directeur, die eigenlijk meer weg had van een zeekapitein. Resultaat; onze zoon hield zich niet helemaal aan die strenge regels en kon er dan ook niet blijven. Men plaatste, hem over naar het Koningin Elisabeth-Instituut, waar hij leder zou leren bewerken-.
Ook zij zagen niet hoe ons kind aan zijn handen gehandicapt was. Daarna werd hij ondergebracht op een gang met allemaal seniele mensen, wat voor hem zeer aftakelend was.
Hij was al te oud om nog bij de kinderen te horen en hij werd natuurlijk agressief daarom gaf men hem kalmeermiddelen. Toen we hem na veertien dagen terugzagen, stonden we perplex. Ik vroeg of ze daar alle problemen oplosten met kalmeermiddelen. Het resultaat was natuurlijk dát, 'Als de therapie ons niet beviel, we onze zoon mochten meenemen, 'Maar waar moesten we nu nog aankloppen".
De psychologe van het Zeepreventorium vond ook dat onze zoon zo veranderd was, zo suf en slaperig was geworden. Ik vroeg een onder-houd met de dokter en achteraf werd de verhouding van de dokter met ons kind daar zó slecht, doordat ik te veel -in hun kaarten gekeken had, dat we besloten ons kind thuis te houden. Hij kalmeerde, doordat hij nu wist dat hij nergens meer heen hoefde. We zouden thuis oefenen, - en beetje bij beetje zijn handicap aanvaarden. Hij fietste nu ook al alleen naar het dorp en met veel angst en zorgen lieten we hem meer en meer op eigen benen staan. Hij liet zich, zonder dat wij er van wisten, inschrijven in zijn vroegere school. Hij fietste naar de stad, met alle zorgen eraan verbonden, maar we moesten op onze tanden bijten. Helaas, door het niet kunnen meedoen aan de praktijk kon hij ook die lessen niet volgen en verslapte zijn enthousiasme voor de lessen en moest hij dat ook opgeven. Daarna wou hij een fietstocht maken in Frankrijk, hij was intussen 21 jaar. Ondanks de angst en de onrust lieten we hem gaan en zonder kleerscheuren bracht hij die reis tot een goed einde. Hij had de smaak te pakken en kreeg ook meer zelfvertrouwen. Wij probeerden onze zorgen te onderdrukken en gaven hem zoveel mogelijk vrijheid.
Toen vertelde hij ons dat hij alleen wilde gaan wonen en ook dat hebben we toegelaten. We kregen positieve, maar ook zeer veel negatieve reacties, maar daar trokken we ons niet zoveel van aan. We vroegen hun dan dikwijls of, als wij er niet meer waren, onze jongen bij hen mocht komen wonen. Hij moest dus zo goed als het kon op eigen be-nen staan en zelf zijn zaken leren beredderen. Hij heeft intussen drie grote fietstochten gemaakt door Frankrijk en één door Nederland. We zijn altijd zeer gelukkig als hij heelhuids terug is, maar onze zorgen moeten we zelf proberen te verwerken; het is zijn leven, het tweede leven van Henk.




Ik heb dit verhaal niet geschreven voor de roem of de sensatie. Ik wilde alleen onze persoonlijke ervaringen met deze waargebeurde belevenissen, eens op papier zetten. Misschien help ik er iemand mee of spoort het de mensen aan tot voorzichtigheid in het verkeer.
Hier 't begin van hetgeen ik schreef.
naar Henk's homepage
naar kroegje
klik
naar voorwoord