Aalter

(,gekkers (= spotters))



De inwoners van buurgemeente Knesselare zeiden vroeger over de Aalternaren het volgende: Op de Bru' zit het gèld;
aan de statie ès ter leude;
en op de Ploatse eedn ze haarijngk mee 'n servieëde.
(Op de Brug zit het geld;
aan het station is er plezier;
en op de markt eten ze haring met een servet).


Het eerste deel verwijst naar de rijke handelaars van Aalter-Brug aan het kanaal Gent-Brugge. Het tweede naar de bekende kermis aan het Aalterse station. Het derde deel geeft aan dat men in Aalter-centrum boven zijn stand leeft. De vroegere spotnaam voor de Aalternaren was dan ook stoefers.
Later is men de inwoners van Aalter gekkers en stekkers gaan noemen. Zij laten met andere woorden geen gelegenheid onbenut om met iemand of iemands daden (meestal tegenslagen) te 'gekken' of om een 'stek onder water' te geven.
De inwoners van de deelgemeente Bellem kregen de spotnaam van papeters. Die naam moet verwijzen naar het landelijk karakter van het dorp. In Bellem woonden er veel landbouwers bij wie papeten vroeger één van de hoofdbestanddelen van het weinig gevarieerde voedsel vormde.

Deze informatie komt uit T. De Pauw & E. Wille, Dialectwoordenboek Zuidwest-Meetjesland, Aalter, 2013.