Halle

(vaantjesboeren)
"
"
"
Bewerkte tekst uit "Halle een Bourgondisch feest"
De Hallenaars hebben in de loop der eeuwen ook hun bijnaam gekregen, niet zo bekend als de Maneblussers van Mechelen of Sinjooren uit Antwerpen, maar toch. In 't kort vertel ik hoe zij eraan gekomen zijn. In de middeleeuwen veroordeelden de rechtbanken de misdadigers tot bedevaart. Men moest te voet naar een ver of een dichterbij gelegen bedevaartsoord, naargelang de begane misdaad. Als bewijs van zijn boetedoening bracht de misdadiger een metalen speldje mee als bewijs van zijn aanwezigheid aldaar. De gewone bedevaarders wouden ook kost wat kost zo'n speldje bemachtigen als souvenir. Daar alles met de hand gemaakt werd was de vraag groter dan het aanbod en werd iets anders bedacht. Daarom schakelde men rond de tweede helft van de 15de eeuw over op de productie van vaantjes. Dit waren driehoekige stukjes stof. Een houtsnede diende als stempel om de vaantjes te bedrukken, en dit gaf een veel hogere productie en men kon de vraag bij te houden. Ook kon de bedrukking in de 18de eeuw aangepast worden aan een lokale toestand. Zo werd er in 1794 bij het bezoek van Frans II Oostenrijkse keizer vaantjes verkocht met zijn afbeelding naast Onze Lieve Vrouw. In 1795 brachten bedevaarders dit vaantje mee naar Gent. Zij werden door de toen Franse overwinnaars aangehouden en opgesloten omdat dit als provocatie beschouwd werd. De vaantjes werden aangeslagen en vernietigd, wegens anti-Franse propaganda. De tijden zijn niet veranderd en heden zijn de vaantjes zijn nog altijd een begeerd souvenir om uit een bedevaartsoord mee te brengen. . De sinds eeuwen bestaande souvenirswinkels waren inventief en bedachten ook nog beeldjes medailles, bidprentjes, molentjes voor kinderen, krotten als snoepjes (zoals babelutten), mastellen dit waren aan een koord geregen kleine harde broodjes als halsketting om eventueel onderweg op te peuzelen, en Duivel het typische Halse bier om ter plaatse te gebruiken. Het vaantje werd op de terugweg zichtbaar meegedragen dit had als gevolg dat men de Hallenaars als "Vaantjesboeren" bestempelde.