Hoeilaart

(doenders)



Sedert mensenheugenis staan wij Hoeilanders in de streek bekend als doenders. Niet omdat wij zoveel meer daadkracht zouden vertonen dan 'die van Overijse', 'die van Tervuren' of 'die van Huldenberg', maar omdat wij veel meer dan onze buren gebruik maken van het hulpwerkwoord 'doen', dat in het Engels in elk zinnetje opduikt maar in het Algemeen Nederlands is verloren gegaan. Als een Hoeilander wat wil bevestigen zegt hij "'t Toet" of "BoŽ 't toet" of "'t Toet, 't toet". Wil hij iets ontkennen dan zegt hij "'t En doet" of "Aa, 't en doet" of "BoŽ 't en doet". Als kinderen tegenstribbelden op een bevel van hun ouders dan zegden ze onveranderlijk "'k En dýjn!" en de ouders antwoordden zonder dralen "Aa ge dýjt!". Als men in Hoeilaart zijn verwondering of zijn ongenoegen wil uiten over een nakende gebeurtenis of een onwelkome beslissing, dan zegt men nogal gemakkelijk "Da toet da...". Maar vooral "'t toet" en "'t doet" zijn overgebleven en de spotnaam die wij koesteren als een eretitel: Dýjnder.