Stabroek

(ajuintrappers)



De bijnaam van de Stabroekenaars is hoe langer hoe minder gekend. Weinigen weten nog dat in Stabroek ajuintrappers wonen. De meesten associŽren de naam ajuinen met carnavalsstad Aalst, maar ook Stabroek heeft iets met ajuin. "Vroeger werd in de polder veel ajuin gekweekt. Dat gebeurde in lange rijen om het oogsten te vergemakkelijken. Om de ajuinen gemakkelijk uit de grond te kunnen stampen, droegen de boeren en boerenknechten speciale klompen met op de punt een sierlijke boog. Hiermee was het heel makkelijk om de ajuinen uit de grond te stampen. Niet alleen de dragers van die klompen, ook de klompen zelf worden ajuintrappers genoemd", legt heemkundige Ward Mous uit. Hoevenen is het klonendorp en dat heeft alles te maken met de vroeger erg drassige poldergrond. Omdat wilgen veel water nodig hebben, werden ze veel geplant in de polder en dat was voor de boeren een goede zaak. Wilgen groeien vlug en het snoeihout werd onder meer gebruikt voor weidepalen. Wilgenhout is ook erg geschikt voor het maken van klompen of klonen. Nogal wiedes dat Hoevenen daarom een klonendorp is.