Vorst

(pootzakken)



De inwoners van Vorst, bestaande uit Groot-Vorst en Klein-Vorst ofwel Vorst-Meerlaar worden sinds mensenheugnis 'Pootzakken' genoemd.
De naam is afgeleid van wortelen of 'poten' zoals deze groente in het plaatselijke dialect heet. Vorst was al in het begin van de 18de eeuw het 'Poo(en)land, waar de grond zo goed gedijde voor wortelen. Ieder jaar werd een grote 'poten'oogst binnengehaald en dat leidde tot overvloedige consumptie van 'poten' door de Vorstenaar. Ze maakten er niet alleen stamppot (lees 'potenstoemp') van, maar ook zelfs een soort stroop. Vandaar natuurlijk de naam 'Pootzakken' als 'puitzakken' uitgesproken. De oudste allusie op de Pootzakken dateert van 1797 bij de viering van de primus Van Roy. Vermits Vorst in die tijd een aantal knappe koppen voortbracht, werd de link gelegd tussen de poten en het verstand. Kinderen werd wijsgemaakt veel wortelen te eten om verstandiger te worden.
Over de wortelproductie is weinig geweten. In 1910 werd 80 hectare gele peeŽn geteeld, een enorme oppervlakte voor zo'n gewas. Toch was in die periode de teelt al in een neergang. Oorspronkelijk als scheldnaam ontstaan, is 'pootzak' nu een eretitel geworden. De naam is uniek in Vlaanderen en in de wereld. Enkel Vorstenaren mogen die naam dragen.